Gotische voor-christelijke kalender uit de vierde eeuw na Christus

afbeeldingen van één der bokalen uit pagina 68 en 72 van Rybakov's artikel

afbeeldingen van één der bokalen uit pagina 68 en 72 van Rybakov’s artikel

Niet alle ontdekkingen uit de vormalige Sovjet-Unie zijn bij wetenschappers in het Westen voldoende onder de aandacht gekomen. Tot deze ontdekkingen zou ik het artikel kalendar IV v. iz zemli Poljan (“vierde-eeuwse kalender uit het land van de Poljane”) uit 1962 van B. A. Rybakov willen rekenen. In dit artikel analyseert Rybakov op nauwgezette wijze ornamentele tekeningen op de rand van twee bokalen die aan de vierde-eeuwse Chernjakhov-cultuur van de huidige Oekraïne toebehoren. Zijn conclusie was dat deze tekeningen niet louter ornamenteel waren. De tekeningen op de zijdes en op de rand van de bokalen zijn onderverdeeld in twaalf vrijwel gelijke segmenten waarbij enkele van de symbolen die op de bokalen gevonden zijn, verbonden kunnen worden met betekenisvolle symbolen in het houtsnijwerk van negentiende-eeuwse Russische boerderijen.

Een voorbeeld hiervan is een tekening van een achtbladige bloem die in de dakbalken van boerderijen werd gesneden om de macht van de profeet Ilja aan te roepen en zodoende de bliksem af te weren. Ilja had immers in het Russische volksgeloof de plaats van de Slavische dondergod Perun ingenomen en men geloofde dat Ilja in een bokkenwagen door de lucht reed en met zijn hamer de donder beheerste. Rybakov ging er daardoor ook vanuit dat het voorkomen van deze “bloem” op een van de bokalen een aanwijzing was dat dit symbool de feestdag van de dondergod in het Slavische boerenkalenderjaar weergeeft. Ook de andere symbolen zouden op die manier naar feestdagen in het kalenderjaar verwijzen.

Ondanks dat de specifieke betekenis van de symbolen omstreden is en niet iedereen Rybakov’s heidens-Slavische verklaringen onderschrijft, lijkt de interpretatie van de tekeningen op de bokalen als weergaves van het kalenderjaar te kloppen. Zij wordt gesteund door de systematiek van de markeringen en de onwillekeurige verdeling van de verschillende symbolen over de twaalf segmenten. De interpretatie heeft hierdoor in de Russische wetenschap de tand des tijds doorstaan en werd in het westen ondermeer aangehaald in professor Linda Ivanits’ Russian Folk Belief uit 1989. In Leo Klein’s Sovjet Archaeology; trends, schools and history uit 2012 wordt Rybakov’s analyse “ingenieus” genoemd en wordt ook vermeld dat Rybakov’s collega, Shchukin, een soortgelijke interpretatie van de ornamentiek als weergaves van het kalenderjaar mogelijk acht (zie Klein 2012: 270-71. Echter, Shchukin merkte terecht op dat Rybakov’s bewering dat de Chernjakhov-cultuur Proto-Slavisch was niet kan kloppen.

In de loop van de twintigste eeuw werd immers duidelijk dat de Chernjakhov-cultuur samen met de Roemeense Sîntana de Mureş-cultuur toebehoorde aan de Germaans-sprekende Goten. Deze Chernjakhov/Sîntana de Mureş-cultuur vormt een exponent van de Poolse Wielbark-cultuur die de materiële resten van de Goten omvat toen zij zich aan de Oostzee bevonden. We kunnen de Wielbark-cultuur dan ook vanaf de tweede eeuw na Christus langs de rivier de Wisla naar het zuiden volgen waarna zij zich afbuigt naar het oosten, richting de Oekraïne. In de Oekraïne gaat de Wielbark-cultuur over in de Chernjakhov/Sîntana de Mureş-cultuur die nu eenduidig aan de vierde-eeuwse Goten die rond de Zwarte Zee woonden, wordt toegeschreven (zie ook Kaliff 2001).

De Chernjakhov-bokalen zijn dan ook met recht als Gotische artefacten te beschouwen. De interpretatie van de ornamentiek als bestaande uit betekenisvolle markeringen die verwijzen naar het kalenderjaar lijkt veelbelovend en wordt in meerdere vakwerken als waarschijnlijk beschouwd. Het lijkt mij dan ook geen brug te ver om te stellen dat indien de Chernjakhov-bokalen daardwerkelijk een kalender herbergen, dit een Gotische kalender zou zijn. De afwezigheid van christelijke symbolen laat de mogelijkheid open dat we hier met een voor-christelijke Gotische kalender van doen hebben. Een voor-christelijke tegenhanger van de kalender die in de Codex Ambrosianus bewaard is, zo men wil.  Het wachten is nu op vakgenoten in het westen om een poging te doen de kalender verder te ontcijferen.

Peter Alexander Kerkhof (Universiteit Leiden)

Bibliografie

 

Ivanits, Linda J.

                1989      Russian Folk Belief, Armonk, New York, London.

Kaliff, Anders

2001      Gothic connections : contacts between eastern Scandinavia and the southern Baltic coast 1000 BC-500 AD, Occasional Papers in Archaeology 26. Uppsala.

Klein, Leo S.

2012      Soviet Archaeology: trends, schools and history; translated from the Russian by Rosh Ireland and Kevin Windle, Oxford (eerste uitgave Russisch origineel 1993).

Rybakov, B. A

                1962      “kalendar’ IV v. iz zemli poljan” Sovetskaja Archeologija 4, Moscow.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *